
|
|
Quiryn Valkenet, leider van het dweilorkest is in
1992 gestart met “De Valkenier”. Het begon als 'vriendengroepje' waarvan een
ieder wel een muzikaal verleden had. “Dweilorkest de Valkenier" is nu een uit ca
8 muzikanten bestaand orkest komend uit Lelystad. Deze enthousiaste groep
muzikanten, in leeftijd variërend zo tussen de 15 en 50, is altijd in voor
een feestje en houdt van het brengen van een goed stuk muziek met een gezonde
dosis stemming en humor. Het spelen bij "de Valkenier" is voor alle
muzikanten een plezierige hobby. v SAMENSTELLING
EN SOUND
Wat is een dweilorkest ??? Een dweilorkest
of dweilband is een muziekkapel bestaande uit blazers en slagwerkers.
Nederland kent er nogal wat, in allerhande soorten en maten, maar kort
samengevat kan gesteld worden dat een dweilorkest bestaat uit trompetten,
trombones, sousafoons, baritons/eufoniums,
saxofoons en slagwerk. Echter, er is geen 'vaste' voorgeschreven bezetting.
De muziek die gespeeld wordt is vaak carnavalesk, maar in ieder geval
feestelijk. Echter wordt er door het uitdunnen van de landelijke
carnavalhits, steeds vaker gegrepen naar arrangementen van bekende
wereldhits. In Nederland worden ook festivals voor dweilorkesten gehouden. De
meeste dweilbands bestaan ongeveer uit 18 leden (al of niet spelend). Deze
schatting houdt rekening met de uitzonderlijke kleine en grote orkesten. Dit
zou betekenen dat er in Nederland ongeveer 27.300 mensen muziek maken in een
dweilorkest. Oorsprong naam Het woord
'dweil' in dweilorkesten komt van de term 'dweilen', in de zin van 'doelloos,
dan wel dronken, op straat rondzwerven'. In Brabant, en in mindere mate
Limburg, is (of vaker, was) het gebruikelijk om tijdens carnaval van café
naar café te 'dweilen', dit gebeurde onder begeleiding van kleine
carnavalskapellen die voor de muziek zorgden. Zo ontstonden al snel de termen
'dweilband' en 'dweilorkest'. Hoewel er
momenteel veel dweilorkesten zijn die geen carnavals bezoeken, is deze naam
toch blijven bestaan. "Pretband", "Feestorkest",
"Plezierorkest", "Joekskapel"
en varianten daarvan behoren ook tot de algemene noemer
"dweilorkest". Een populaire,
maar foutieve, naamsverklaring van 'dweilorkest", is dat het betrekking
heeft op de zogenaamde dweilpauzes tijdens schaatswedstrijden, waarin de baan
door een dweilwagen geveegd wordt, en waarin vaak een muziekkapel het publiek
bezig houdt. Trivia Uit een serie
polls/onderzoeken van Nederlandse Plezierkapellen Site naar het imago van bepaalde
instrumentgroepen in dweilorkesten kwam ondermeer het volgende naar voren: * De bassisten
en trombonisten drinken naar verluidt de meeste standaardglazen alcohol. * In veel
gevallen is de muzikaal leider een trompetist,
gevolgd door saxofonisten en trombonisten. Het aantal muzikaal leiders onder
slagwerkers was zeer klein, als verklaring werd vermeld dat veel slagwerkers
geen muzieknoten kunnen lezen, dan wel onbekend zijn met toonhoogtes wat het
schrijven en 'dirigeren' van muziekstukken bemoeilijkt. * Veel orkesten
zien hun bassist en grote trom als het gezicht van het orkest, op de voet
gevolgd door het slagwerk in het algemeen. * De trombone
wordt als het dweilinstrument bij uitstek gezien, gevolgd door trompet. * Meer mannen
dan vrouwen spelen in dweilorkesten. * Vrijwel alle
bassisten en trombonisten zijn mannen, de meeste houtblazers zijn vrouw, het
koperinstrument waar relatief de meeste vrouwen op spelen is de bariton/eufonium, gevolgd door trompet. Een overzicht
van vrijwel alle dweilorkesten in Nederland is te vinden op De Nederlandse
Plezierkapellen Site of op Dweilorkesten.info. |